Deel I Hoofdstuk 2

De Geheime Driehoek 4.5-7.5-1.5 en het pad naar de werkelijkheid

1. Inleiding


In dit hoofdstuk wordt een belangrijk verschil besproken tussen ons enneagrafische model en het gebruikelijke enneagram. Dit zal voor een lezer die het enneagram kent nieuw zijn en mogelijk intuïtief weerstand oproepen. Wij kennen en waarderen immers het meeste wat wij al kennen en voor waar aannemen. Toch is dit hoofdstuk in zekere zin het hart van het enneagrafische model omdat hier de verbinding tussen het enneagram als primordiale representatie van het leven, met de werkelijkheid wordt verbonden.
In dit hoofdstuk laten wij twee van de basisprincipes van de werkelijkheid in hun ontstaan en ontwikkeling zien. Vanuit de primordiale fase dalen wij af naar wat wij werkelijkheid noemen, namelijk de beginselen van ruimte en tijd. In het algemeen zien wij mensen de ruimte en de tijd als vaste en gegeven grootheden. Zij zijn op die manier lineair. Maar wij weten inmiddels dat het heelal nog steeds uitdijt, zelfs versneld en dat sinds Einstein en zijn relativiteitstheorie de tijd ook een relatief begrip is. In de grammatica van het leven en de werkelijkheid zijn ruimte en tijd dus ook geen vaststaande begrippen.


2. De Scheppingsdriehoek en zijn omkering


Na de primordiale fase, nog steeds zonder ruimte en zonder tijd in de Scheppingsdriehoek, komt het proces in een fase waarin het, als het ware een trede lager, verder moet komen in verwerkelijking. In de scheppingsdriehoek is geen verwerkelijking in materie, alleen in geest. Er is nog geen aarde, waarin wat wij de werkelijkheid noemen aanwezig is. Er zijn nog geen ruimte en tijd. Het proces in zekere zin ook autonoom in de betekenis dat het zich een weg gaat banen. In het enneagrafische denken geschiedt dit in een vorm van uitbreiding. Deze uitbreiding vindt plaats doordat elk “punt”, elke sfeer in het proces zich uitbreidt in een tegenhanger. Grafisch wordt dit weergegeven met de term opposiet. Deze term is afkomstig uit de astrologie en betekent daar dat het gaat over een punt dat tegenovergesteld is. Deze tegenhanger is wat anders dan een polair tegengestelde, zoals licht en donker. Een opposiet is een punt dat complementair is.

Zo ontstaat ook een driehoek die tegenovergesteld is. Deze is de opposiet en bestaat dus uit de tegenovergestelde punten van 9 met als opposietpunt een punt halverweg de punten 4 5, door ons punt 4.5 genoemd; de 3 met als opposietpunt de 7.5, halverwege 7 en 8 en de 6 met als opposietpunt de 1.5, halverweg 1 en 2. Dit ziet er grafisch uit als volgt: 

(tekening 1)

Deze driehoek 4.5-1.5-7.5 noemen wij de Geheime Driehoek.  Deze driehoek is dus de spiegeling van de Scheppingsdriehoek 9-3-6. Wij zagen dat de 9 het begin is, echter nog zonder realisatie, vol van mogelijkheden, vol-ledig, letterlijk vol van ledigheid, maar ook leegheid.

Het punt 4.5 is hiervan het complement. Waar bij de 9 alles nog mogelijk is, is de 4.5 het einde van alles, of anders gezegd de bodem van de mogelijkheden. Het is het Zwarte Gat, het zuigt alles naar binnen, lijkt geen bodem te hebben en wat er eenmaal in zit lijkt er niet meer uit te kunnen komen. Spiritueel is het De Donkere Nacht van de Ziel waar Jan van het Kruis over schrijft. Het kan ook worden omschreven als de afgrond, in het Engels the Abyss of the Void. In de Kabbala komt de non-sefira Daath overeen met het punt 4.5 in het enneagram. Dit punt 4.5 heeft nog andere kenmerken die later verder aan de orde komen. Zo ligt het in de lijn 9-4.5 op de overgang tussen de rechter- en de linkerkant van het enneagram en wordt het aan weerskanten begeleid door de punten 4 die het basispunt van het voelen is en 5 die het basispunt van het denken is. Zoals gezegd komen deze onderscheidingen, met andere later uitgebreid aan de orde. Hier doen wij daarvan reeds melden om te benadrukken dat het punt 4.5 van eminent belang is.

 

Het ontstaan van de wereld vindt zijn verdere ontvouwing in de spiegeling van de driehoek 9-3-6. Zo ontstaat vanuit de spiegeling van de 9 op, of vanuit de 4.5 de wereld in de spiegeling van de 3 op de 7.5 en de spiegeling van de 6 op 1.5. In de lijn 3-7.5 vindt vanuit de 3, de plaats van de wil een versnelling plaats waarbij de ruimte als het ware wordt open getrokken. De 7.5 versnelt als het ware naar 8. Daarin vindt de schepping van de ruimte plaats.

In de lijn 6-1.5 vindt vanuit de 6, de plaats van het vormbeginsel een vertraging plaats, waarbij in de verdichting de tijd ontstaat.

Grafisch ziet dit er uit als volgt: (tekening 1a)



Nog weer later zullen wij zien dat de lijn 6-1.5 veel beter begrepen kan worden als de lijn 1.5-6, waarbij het niet de 6 is die naar de 1.5 trekt, maar de 1.5 die de 6 aantrekt. Dit is nu nog onbegrijpelijk, maar wordt later verklaart. Voor nu is het voldoende om te weten dat in de 7.5 de ruimte en in de 1.5 de tijd gestalte krijgen. De 7.5 naar 8 schept als het ware de ruimte. In het enneagram van gedrag is het ook de 8 die de eerste is om plaats in te nemen. De 1.5 vertraagt de tijd zodat de vormen er zich in kunnen bewegen.



Wat hier ontstaat is prachtig in beeld gebracht door Leonardo Da Vinci: (tekening 2)



2.1. Waarom de wereld uit het niets ontstaat

 

De wereld ontstaat dus niet uit de 9, maar uit de 4.5. Dit beeld komt ook in de Bijbel voor. Vanuit het niets, de beroemde woorden “tohu wabohu”, (Genesis 1.1) ontstaan ruimte en tijd. Pas als er ruimte en tijd zijn ontstaan is het mogelijk om vormen te maken. Dan ontstaat de wereld, want de wereld is vorm in de tijd.

De wereld kan op het primordiale niveau nog niet ontstaan. Alles is immers mogelijk, maar niets is gerealiseerd en zonder verdere ontvouwing zal dat ook niet gebeuren. De 3 kan alles willen, maar in een niet-ruimte, niet-tijd is vormgeven niet mogelijk.

De 9, de vol-ledigheid, moet worden gedragen. Dit is wat de opposiet doet. In het enneagrafische denken wordt de 9 gedragen door zijn bodem, de leegte, het gat. Dit is een paradox.

Deze kan als volgt worden bezien. Hoe voelt de 9 in het Niets en hoe voelt het Niets in de 9? Als opposiet zijn zij elkaars tegenovergestelde. Als het niets (h)erkent dat het zijn bodem heeft in het alles, in de vol-ledigheid, in de 9, dan ontstaat ook de “noodzaak” om alle mogelijkheden daarvan te exploreren.

Het ontstaan van de wereld is dus de vol-ledigheid die zijn complement vindt in de ledigheid, de 4.5. Deze breidt zich uit.

Het beginsel dat wij hier zien, namelijk dat de grafische opposiet, het tegenovergestelde de bodem is die het draagt is van heel groot belang. In de verhouding tussen de punten 3 en 6, een van de belangrijkste verbindingen in het enneagram blijkt dit al heel duidelijk. Het mannelijke heeft zijn tegenovergestelde in het vrouwelijke. Het één kan niet duidelijk gemaakt worden zonder het andere er bij te betrekken. Het vrouwelijke kan niet zichtbaar gemaakt worden zonder het mannelijke.

Dit is, het zij nogmaals gezegd, wat anders dan een polaire tegenstelling. Een polaire tegenstelling is bijvoorbeeld licht en donker, of wit en zwart. Deze kunnen elk op zich bestaan zonder dat het bestaan van de ander uitleg geeft aan het bestaan van de een. Het begrip zwart wordt niet gedragen door het begrip wit of andersom. In het enneagrafische denken gaat het dan ook nooit om polaire tegenstellingen, maar om complementair denken, waarin altijd een “derde” bestaat die van de wederzijdse opposieten een composiet, een samenstellend beeld draagt. Voor het mannelijke en het vrouwelijke is dat bijvoorbeeld het androgyne. Dit laatste is in de menselijke psychische en zielsontwikkeling een eindstadium. Maar daaraan komen wij pas in Boek III toe.


2.2. Waarom ruimte en tijd zó ontstaan

Wij hebben al gezegd dat de scheppingsdriehoek met de processen in de sferen van 9-3-6 zich afspelen in de primordiale sfeer. Er is daar geen tijd en geen ruimte. De Geheime Driehoek, als afspiegeling is een soort doorgang, op een lager niveau.

Wij zeiden al dat alles in drieën gaat via de opposiet. De opposiet is de kern van het tegenovergestelde. Dit moet letterlijk worden genomen en vergt enige uitleg. Vorm en tijd kunnen als tegenovergestelden worden voorgesteld. Een vorm bestaat alleen in de tijd. Het kenmerk van het tegenovergestelde van de vorm is dus de tijd. Dit geldt ook omgekeerd. Om dit beginsel te verduidelijken nog het volgende. Als er alleen tijd zou zijn, waarin geen vormen bestonden, dan zou de tijd niet kunnen bestaan, want alleen door het bewegen van de vormen in de tijd is deze laatste waarneembaar. Dit geldt ook dus mutatis mutandis voor de vorm. Als er dan wel vorm zou zijn, maar geen tijd, zou de waarneming onmogelijk zijn. Pregnanter gezegd, bestaat de tijd in en door het waarnemen van de vormen en de vormen bestaan in en door het waarnemen van de tijd.

Nog anders gezegd: de kern van de vorm is tijd en de kern van de tijd is vorm.

De niet-vorm van het primordiale niveau van de 6 schept dus op het eerste werkelijkheidsniveau de tijd op 1.5. De niet-tijd (wil) op het primordiale niveau van de 3 schept evenzo de ruimte op 7.5. Ruimte is uitbreidend en tijd is vertragend . (tekening 3)

Daarbij schept de primordiale 3 als Wil in de 7.5, zijn spiegeling op een lager niveau de ruimte. Door te Willen, druk uit te oefenen, wordt ruimte in bezit genomen. De handen van de figuur, net zo als de pijl van de 3-7.5 bewegen naar boven en zijn een versnelling naar de 8. De 7.5 is een versnellingsbeginsel.

Op dezelfde manier is de 6-1.5 een vertraging. De hand en de pijl lopen terug naar 1. Daar ontstaat de tijd. Tijd ontstaat door te vertragen. In het primordiale proces waar geen tijd is, wordt vertraagd door vormprincipes. In de spiegeling is dat de 1.5, die dan ook staat voor vertraging. Vertraging is niet hetzelfde als stilstand, al is dat wel een gevaar. Eerst in de vertraging kan iets goed worden bekeken. De versnelling en de vertraging zijn op deze wijze ook stuurprincipes, waarvan het stuur zich in de 4.5, de leegte die gaat exploreren, bevindt. Sturen met ruimte als versnelling en met tijd als vertraging lijkt vreemd, maar het beeld kan zichtbaar gemaakt worden met de manier waarop een rupsvoertuig zoals een tank wordt bestuurd. Met het versnellen of vertragen van de rups op de ene kant, stuurt hij juist de andere kant op. Een tank die recht vooruit rijdt kan naar rechts sturen door óf op rechts (1.5) te remmen of op links (7.5) gas te geven.

Een bijzonderheid is nog dat de tekening van de beide driehoeken 9-3-6 en 4.5-7.5-1.5 de figuur van de Davidsster laat zien.


2.3. De fase van de verwerkelijking

Nu zowel ruimte als tijd zijn ontstaan kan de wereld, de werkelijkheid in beeld komen. Dit is als het ware een derde laag waarbij de imprint van zowel de Scheppings- als de Geheime Driehoek blijft bestaan en waarbij de andere punten van het enneagram nu ook zichtbaar worden. Visueel ziet dit er als volgt uit. (tekening 4)

Het beeld is hier getekend in een neerdalende lijn, waarmee het lijkt alsof er hoger en lager is, hetgeen een hiërarchie impliceert. Dit is niet bedoeld. Het zou ook omgekeerd kunnen worden getekend, namelijk vanaf onder op, waarbij de sfeer van 9-3-6, de Scheppingsdriehoek de bodem zou kunnen symboliseren. Maar ook dan is er geen hiërarchie. Het is in zijn geheel een eenheid, de eenheid van de werkelijkheid die conceptueel is ontrafeld om het totaal zichtbaar te maken.







2.4. Een beschrijving van het beeld


Het 1
e niveau is de primordiale Scheppingsdriehoek. Hieruit ontvouwt zich de Geheime Driehoek in het 2e niveau en ontstaan ruimte en tijd. Hierna ontstaat de wereld. De Scheppingsdriehoek laat zijn imprint in de wereld na, evenals de geheime driehoek, zij het op een iets verschillende manier. De punten 9, 3 en 6 zijn geen “issigheden”, maar sferen. De Geheime Driehoek is geheim, met dien verstande dat de principes ervan overal zichtbaar zijn, met name dat van de 4.5 die later nog uitgebreider ter sprake komt.
Deze laatste laag is die van de wereld, het enneagram dat in de populaire versie het meest wordt gebruikt. Dat wordt dan niet in perspectief getekend, maar in een plat vlak. In dat vlak ontstaat de hexade naast de Scheppingsdriehoek. De hexade is het resultaat van een proces als u 7 door 3 deelt. Er ontstaat dan de sequentie 142857 die zich herhaalt. Uitgezet op de cirkel geeft dat het volgende beeld. Later zullen wij zien dat dit beeld een grafische weergave is van alle mogelijke processen, waaronder met name denkprocessen en materiële processen. (tekening 5)

In Hoofdstuk 1 is al gezegd dat de punten 9, 3 en 6 sferen zijn waarin als het ware de kardinale vraag van elke sfeer wordt beantwoord in de begeleidende punten. Zo is het antwoord op 9 de 1 en de 8, op 3 de 2 en de 4 en op 6 de 5 en de 7. Hier wordt ook zichtbaar hoe het punt 4.5 een soort van algehele scheiding in het grafische patroon is. Tussen de punten 4 en 5 loopt de afgrond. Daar is de overgang van rechts in het enneagram naar links in het enneagram het moeilijkste wat er is. Rechts op het enneagram zijn de punten van materiële werkelijkheid, links die van de mentale werkelijkheid en de verbinding daartussen bestaat op 2 manieren, namelijk via de hexade én via de afgrond, het punt 4.5. Wij komen daar nog uitgebreid op terug in ……

Nu ruimte en tijd zijn ontstaan, kunnen ook de velden waarin de primordiale punten 9-3-6 als het ware afdalen naar een lager niveau, of anders gezegd, hun imprint hebben op het lagere niveau in beeld worden gebracht.


De imprint die de Scheppingsdriehoek en de Geheime Driehoek geven in deze processen zijn als het ware de informatie, de energie van buitenaf. Dit komt later uitgebreid aan de orde. Voor dit moment ontstaat dus het volledige beeld van het enneagram dat er als volgt uitziet. (tekening 6)

Ruimte en tijd maken het denken mogelijk. De 1.5, het punt van de vertraging is het punt waar het denken ontstaat. Ieder die stiltemeditatie doet kent het verschijnsel dat het denken kan wegvallen. Op dat moment valt ook de tijd weg, maar eveneens de ruimte. Er is nog wel gewaarzijn, maar geen beleving van ruimte en tijd meer. De tijd ontstaat pas weer als het denken begint. De niet-tijd wordt dan vertraagd naar tijd en de niet-ruimte wordt versneld naar vorm en ruimte. Het is dus niet zo dat de tijd versneld wordt. Dit is verleidelijk om te denken omdat de niet-tijd  er niet lijkt te zijn en de tijd pas weer gaat lopen als het denken weer op gang komt. De niet-tijd is eeuwig, de tijd is dat juist niet, zij is eindig en daarom een vertraging. Dit is een belangrijk punt in het begrip over het enneagram en de overgang van het primordiale naar psychische en naar de materie.

Einde document

 

Comments