|
De Lijnen in het Enneagram
1. Inleiding
Uit hetgeen we hier nu over het proces in de hexade hebben gezegd en
uit het proces buitenom op de punten van de cirkel blijkt dat lijnen in
het enneagram een grote betekenis hebben. Het woord “lijn” heeft hier
een eigen betekenis. Zoals wij al eerder zeiden is een verbinding tussen
2 punten een proces van samengaan, het is eigen een soort chemisch
proces waarin iets gebeurt dat een meerwaarde toevoegt. In dat op zich
is een lijn niet een statisch gegeven, maar een ontwikkeling. In Kabbala
wordt gesproken over 22 paden tussen de sefirot. Deze hebben een eigen
letter en een eigen betekenis. Het zijn banen, paden, wegen
overeenkomend met het Chinese begrip Dào dat 2 betekenissen heeft,
namelijk weg en weten of kennen. Wij hanteren het begrip lijn, maar in
een uitgebreider betekenis zoals hiervoor aangeduid.
De belangrijkste en meest in het oog springende lijnen zijn de lijnen
van de hexade. Tezamen geven zij een proces weer, elke lijn
afzonderlijk heeft ook een betekenis die overigens natuurlijk binnen het
proces van de hexade blijft.
Daarnaast zijn er nog hulplijnen tussen punten die niet via de hexade
door een lijn zijn verbonden.
De Scheppingsdriehoek is in rood weergeven. De hexade
is voor het deel 7-1-4 in blauw en en voor het deel 2-5-8 in zwart
weergegeven. De verbindingen tussen 2-4 en 5-7 zijn in groen
weergegeven. Daarnaast zijn er nog 2 hulplijnen getekend, namelijk de
ene in de verbinding 4-7 in de driehoek 7-1-4 en de tweede in de
verbinding 2-5 in de driehoek 2-5-8. Deze zijn in dunne lijnen in zwart
weergegeven. Het moge opvallen hoe prachtig de symmetrie is in deze
grafische weergave.
Deze grafische weergave is de basis voor de rest van dit en de
volgende hoofdstukken.
In dit hoofdstuk behandelen we de lijnen tussen de verschillende
punten in de hexade en in de volgende hoofdstukken gaan we in op de
driehoeken.
Natuurlijk kan in het enneagram ook als een ster getekend worden met
lijnen tussen alle punten. Daarmee wordt het enneagram amorf en dus ook
betekenisloos. Het gaat er in het enneagram om betekenis te scheppen in
een totaal van wezenlijk amorfe feiten en gebeurtenissen die in het
licht van een betekenisrooster zoals het enneagram tot een samenhang,
het vormen van begrip kunnen worden gemaakt.
Terzijde merken wij op dat het ontlenen van begrip aan een complex
van feiten en gebeurtenissen enorm moeilijk is. Het wordt pas mogelijk
als je hebt leren kijken en wij mensen hebben in onze ontwikkeling leren
kijken. Het is net als het opzetten van een bril. Normaal zie je wel,
maar met een roze bril ziet de wereld er anders uit.
Het proces is enigszins te vergelijken met wat er gebeurt in de
ethologie. Gewone mensen in een dierentuin lopen langs de apenrots en
kijken en zien de apen iets doen. Wat zij doen heeft voor hen geen
betekenis. Het zijn wezenloze gebeurtenisjes die alleen maar kijkplezier
opleveren. Een etholoog echter heeft een training achter de rug om te
leren kijken. De eerste etholoog die dat deed heeft jaren voor die
apenrots gezeten en heeft eindeloze beschrijvingen van gedrag van de
apen gemaakt, totdat hij daarin een patroon leerde herkennen. Toen hij
dat eenmaal kon, was het mogelijk om het gedrag van de apen te
interpreteren en voorspellingen te doen over wat er gaat gebeuren als
zich een bepaald fenomeen voordoet.
De hulplijnen hebben een eigen betekenis. Daarbij speelt een rol of
een lijn zich in de linker of rechterkant van het enneagram bevindt of
over de middenlijn 9-4.5 gaat. Al eerder is opgemerkt dat het enneagram
in tweeën te verdelen is, namelijk rechts dat vooral over dingen en
materie gaat en links dat vooral over denken gaat. Dit moet in het
achterhoofd worden gehouden.
2. De lijnen
Het gaat om de volgende lijnen
Deze zijn hier nog onbenoemd.
7 1
1 4
4 2
2 8
8 5
5 7
Er zijn daarnaast nog hulplijnen waarvan de belangrijkste zijn:
7 4
2 5
Deze komen in het volgende Hoofdstuk 7 aan de orde.
Tenslotte zijn er nog de zogenoemde opposietlijnen waarvan er al een
paar aan de orde zijn geweest:
1-5
2-7
4-8
1.5-6
3-7.5
9-4.5
Deze worden verder behandeld in Hoofdstuk 8.
3. De Lijnen in het Enneagram
In het navolgende geven wij een wat formele en abstracte
beschrijving. Het gaat er hier om te leren zien wat de verbinding tussen
de bepaalde punten is en hoe die de sferen van de punten met elkaar
verbindt. Het is deze verbinding die van de beide afzonderlijke punten
méér maakt. In een later stadium van dit boek, onder andere uitgebreid
in het volgende hoofdstuk en in Deel II van dit boek bij het
persoonlijke enneagram profiel van ieder mens geven wij nog verdere
toepassing en verdieping. Bij het lezen van deze tekst moet telkens in
het oog gehouden worden dat het punt in de hexade een andere kleuring
heeft dan het punt op de cirkel.
7-1: Is de lijn met de kwaliteit aan het begin van het proces is het
voorspel is beweging, als die er maar is. Deze lijn geeft aan het einde
van het proces weer de voorbereiding voor een nieuwe ronde door de
hexade weer. Deze lijn verbindt de punten 7, dat staat voor het plan en
1, dat staat voor de regels en het instrumentarium.
1-4: Is de lijn met de beweging die gaat zoeken. Waar ben ik? Waar ga
ik naar toe? Het is een doelgerichtheid, het zoeken naar een doel. Het
verkennen is nog ongericht, maar is mentaal. Het is conceptueel. Bij 1-4
wordt ook over keuzes gesproken. Deze lijn verbindt punt 1, die staat
voor het instrumentele, de regels en wetten en punt 4, dat staat voor
het bereikte of onbereikte resultaat. Op deze lijn gaat al veel mis:
punt 4 kan vanuit 1 ook het onbereikbare resultaat zijn. Dit zou in het
proces van de keuken kunnen staat voor een friettent die een
sterrenmaaltijd wil gaan maken.
4-2: Is de lijn waar bij het zoeken u iemand tegenkomt. Het is een
confrontatie met alle mogelijkheden daarvan, push en pull. Het kan ook
gezien worden als hoe informatie zich al of niet verbindt. Het is lastig
en confrontatief. U merkt dat u niet alleen bent. Dat was de 4, die de
ander niet kent. Die 4 ziet ineens anderen en dan kunnen de schellen van
de ogen vallen. Deze lijn verbindt punt 4 met punt 2, dat staat voor
samenwerking, met wie je het doet, maar ook voor de chemie, de
verbinding in het algemeen.
2-8: Is een kroningslijn (zo ook 7-1). Dan wordt je bekroond met het
samengaan, de neuzen staan dezelfde kant op. Het wordt constructief. Het
is het samengaan, het dansen, de gecoördineerde beweging, net als die
van een danspaar. Zo kan iemand naar mensen kijken, de een is een
danser, de ander een verkenner, of iemand die overal tegenop botst. Deze
lijn verbindt punt 2 met punt 8, dat staat voor competentie en het
einddoel. Punt 8 is waar het uiteindelijk om gaat, het ware of het Ware.
8-5: Is een emergente lijn, de verantwoordelijkheid voor de
schepping. U bent een onderdeel van de wereld, u wordt deelnemer en u
speelt mee en u speelt ermee. Deze lijn verbindt punt 8 met punt 5, het
is nog steeds een stresslijn en als zodanig een lijn die afcheckt: is
het allemaal wel juist, ook als het wáár is? Hierbij zij opgemerkt dat
in het enneagram het ware en het juist vaak lastig te onderscheiden
zijn. De kern van punt 5 moet gezien worden in of het in overeenstemming
is met het consensuele domein van waar de deelnemers het over eens
zijn. De 8 heeft een veel individualistischer element van de waarheid
als overtuiging. Tot 8 in de hexade is het in het algemeen individueel.
Daarna gaat het niet meer om jij óf ik, maar om de win-win situatie,
én-én. De lijn 8-5 gaat om het vergroten van de taart. Het gaat om
holistisch en ecologisch denken. De kwaliteit van 8-5 is er mee spelen.
Het mag wel waar zijn, maar het hoeft nog niet juist te zijn.
5-7: Ook dit is een checklijn. Hier wordt het juiste gemeten aan het
plan, maar op een hoger niveau dan aan het begin. Het plan transcendeert
als het ware en tussen 5 en 7 wordt opgeofferd wat niet meer voldoet
aan dit hogere plan.
In de beschrijving van de evolutie op het enneagram in hoofdstuk 3
hebben wij gezegd dat de 5 voor de mens het eindpunt is op dit moment.
Dat kan hier worden doorgetrokken. Van 5 naar 7 transcendeert alles.
Daar moet het menszijn worden geofferd, alleen is niet bekend wat dat
is.
Van 5 naar 7 gaat het dus anders, dan wordt het je weer afgenomen,
het is een offerlijn of een bekennen. overgeven aan het lot: bekennen of
offeren, overgeven. Ook lastig net als 2-4, in horizontale valk, maar
in het verticale vlak.
Op 5-7 blijkt het anders te kunnen gaan. Op 5 is het eigenlijk al
klaar en toch loopt het anders en dat moet de mens accepteren. Loslaten
is ook een vorm van verlichting. Dan wordt het dus afgenomen.
Dan komt 7-1 weer terug als bekroningslijn: hier komt het ware kennen
en wordt het weten. Je kunt het ook genade noemen en dankbaarheid.
7-1 heeft dus 2 kwaliteiten: de voorloper in de beweging en
uiteindelijk de bekroning, het weten.
De lijnen die wij nu besproken hebben kunnen worden gezien vanuit het
werkwoord “kennen”:
1-4 verkennen
4-2 ontkennen
2-8 herkennen
8-5 erkennen
5-7 bekennen
7-1 kennen, maar ook “nog-niet-kennen” in de voorbereiding van een
nieuwe cyclus.
Het zal de oplettende lezer opgevallen zijn dat hier de punten 9-3-6
en 4.5-1.5-7.5 niet voorkomen. Zoals wij in dit en eerdere hoofdstukken
al hebben aangegeven zijn dit de punten waarin in alle processen input
van buiten komt. Het zijn vanuit de primordiale processen punten die
eigenlijk niet van deze wereld zijn. Dit klinkt natuurlijk wat vreemd
als in het enneagram deze punten verder gewoon hun aard en betekenis
hebben. Met de opmerking dat deze punten eigenlijk niet van deze wereld
zijn, bedoelen wij dat zij als het ware hun invloed van elders halen,
niet in de wereld van de materie, de vormen en de tijd zijn ontstaan.
Het is energie van een hogere orde.
Einde document
|