Deel I Hoofdstuk 6

De Lijnen in het Enneagram

1. Inleiding


Uit hetgeen we hier nu over het proces in de hexade hebben gezegd en uit het proces buitenom op de punten van de cirkel blijkt dat lijnen in het enneagram een grote betekenis hebben. Het woord “lijn” heeft hier een eigen betekenis. Zoals wij al eerder zeiden is een verbinding tussen 2 punten een proces van samengaan, het is eigen een soort chemisch proces waarin iets gebeurt dat een meerwaarde toevoegt. In dat op zich is een lijn niet een statisch gegeven, maar een ontwikkeling. In Kabbala wordt gesproken over 22 paden tussen de sefirot. Deze hebben een eigen letter en een eigen betekenis. Het zijn banen, paden, wegen overeenkomend met het Chinese begrip Dào dat 2 betekenissen heeft, namelijk weg en weten of kennen. Wij hanteren het begrip lijn, maar in een uitgebreider betekenis zoals hiervoor aangeduid.

De belangrijkste en meest in het oog springende lijnen zijn de lijnen van de hexade. Tezamen geven zij een proces weer, elke lijn afzonderlijk heeft ook een betekenis die overigens natuurlijk binnen het proces van de hexade blijft.

Daarnaast zijn er nog hulplijnen tussen punten die niet via de hexade door een lijn zijn verbonden.

De Scheppingsdriehoek is in rood weergeven. De hexade is voor het deel 7-1-4 in blauw en en voor het deel 2-5-8 in zwart weergegeven. De verbindingen tussen 2-4 en 5-7 zijn in groen weergegeven. Daarnaast zijn er nog 2 hulplijnen getekend, namelijk de ene in de verbinding 4-7 in de driehoek 7-1-4 en de tweede in de verbinding 2-5 in de driehoek 2-5-8. Deze zijn in dunne lijnen in zwart weergegeven. Het moge opvallen hoe prachtig de symmetrie is in deze grafische weergave.

Deze grafische weergave is de basis voor de rest van dit en de volgende hoofdstukken.

In dit hoofdstuk behandelen we de lijnen tussen de verschillende punten in de hexade en in de volgende hoofdstukken gaan we in op de driehoeken.

Natuurlijk kan in het enneagram ook als een ster getekend worden met lijnen tussen alle punten. Daarmee wordt het enneagram amorf en dus ook betekenisloos. Het gaat er in het enneagram om betekenis te scheppen in een totaal van wezenlijk amorfe feiten en gebeurtenissen die in het licht van een betekenisrooster zoals het enneagram tot een samenhang, het vormen van begrip kunnen worden gemaakt.

Terzijde merken wij op dat het ontlenen van begrip aan een complex van feiten en gebeurtenissen enorm moeilijk is. Het wordt pas mogelijk als je hebt leren kijken en wij mensen hebben in onze ontwikkeling leren kijken. Het is net als het opzetten van een bril. Normaal zie je wel, maar met een roze bril ziet de wereld er anders uit.

Het proces is enigszins te vergelijken met wat er gebeurt in de ethologie. Gewone mensen in een dierentuin lopen langs de apenrots en kijken en zien de apen iets doen. Wat zij doen heeft voor hen geen betekenis. Het zijn wezenloze gebeurtenisjes die alleen maar kijkplezier opleveren. Een etholoog echter heeft een training achter de rug om te leren kijken. De eerste etholoog die dat deed heeft jaren voor die apenrots gezeten en heeft eindeloze beschrijvingen van gedrag van de apen gemaakt, totdat hij daarin een patroon leerde herkennen. Toen hij dat eenmaal kon, was het mogelijk om het gedrag van de apen te interpreteren en voorspellingen te doen over wat er gaat gebeuren als zich een bepaald fenomeen voordoet.

De hulplijnen hebben een eigen betekenis. Daarbij speelt een rol of een lijn zich in de linker of rechterkant van het enneagram bevindt of over de middenlijn 9-4.5 gaat. Al eerder is opgemerkt dat het enneagram in tweeën te verdelen is, namelijk rechts dat vooral over dingen en materie gaat en links dat vooral over denken gaat. Dit moet in het achterhoofd worden gehouden.


2. De lijnen

Het gaat om de volgende lijnen

Deze zijn hier nog onbenoemd.

7 1

1 4

4 2

2 8

8 5

5 7

Er zijn daarnaast nog hulplijnen waarvan de belangrijkste zijn:

7 4

2 5

Deze komen in het volgende Hoofdstuk 7 aan de orde.

Tenslotte zijn er nog de zogenoemde opposietlijnen waarvan er al een paar aan de orde zijn geweest:

 

1-5

2-7

4-8

1.5-6

3-7.5

9-4.5

Deze worden verder behandeld in Hoofdstuk 8.


3. De Lijnen in het Enneagram

In het navolgende geven wij een wat formele en abstracte beschrijving. Het gaat er hier om te leren zien wat de verbinding tussen de bepaalde punten is en hoe die de sferen van de punten met elkaar verbindt. Het is deze verbinding die van de beide afzonderlijke punten méér maakt. In een later stadium van dit boek, onder andere uitgebreid in het volgende hoofdstuk en in Deel II van dit boek bij het persoonlijke enneagram profiel van ieder mens geven wij nog verdere toepassing en verdieping. Bij het lezen van deze tekst moet telkens in het oog gehouden worden dat het punt in de hexade een andere kleuring heeft dan het punt op de cirkel.

7-1: Is de lijn met de kwaliteit aan het begin van het proces is het voorspel is beweging, als die er maar is. Deze lijn geeft aan het einde van het proces weer de voorbereiding voor een nieuwe ronde door de hexade weer. Deze lijn verbindt de punten 7, dat staat voor het plan en 1, dat staat voor de regels en het instrumentarium.

1-4: Is de lijn met de beweging die gaat zoeken. Waar ben ik? Waar ga ik naar toe? Het is een doelgerichtheid, het zoeken naar een doel. Het verkennen is nog ongericht, maar is mentaal. Het is conceptueel. Bij 1-4 wordt ook over keuzes gesproken. Deze lijn verbindt punt 1, die staat voor het instrumentele, de regels en wetten en punt 4, dat staat voor het bereikte of onbereikte resultaat. Op deze lijn gaat al veel mis: punt 4 kan vanuit 1 ook het onbereikbare resultaat zijn. Dit zou in het proces van de keuken kunnen staat voor een friettent die een sterrenmaaltijd wil gaan maken.

4-2: Is de lijn waar bij het zoeken u iemand tegenkomt. Het is een confrontatie met alle mogelijkheden daarvan, push en pull. Het kan ook gezien worden als hoe informatie zich al of niet verbindt. Het is lastig en confrontatief. U merkt dat u niet alleen bent. Dat was de 4, die de ander niet kent. Die 4 ziet ineens anderen en dan kunnen de schellen van de ogen vallen. Deze lijn verbindt punt 4 met punt 2, dat staat voor samenwerking, met wie je het doet, maar ook voor de chemie, de verbinding in het algemeen.

2-8: Is een kroningslijn (zo ook 7-1). Dan wordt je bekroond met het samengaan, de neuzen staan dezelfde kant op. Het wordt constructief. Het is het samengaan, het dansen, de gecoördineerde beweging, net als die van een danspaar. Zo kan iemand naar mensen kijken, de een is een danser, de ander een verkenner, of iemand die overal tegenop botst. Deze lijn verbindt punt 2 met punt 8, dat staat voor competentie en het einddoel. Punt 8 is waar het uiteindelijk om gaat, het ware of het Ware.

8-5: Is een emergente lijn, de verantwoordelijkheid voor de schepping. U bent een onderdeel van de wereld, u wordt deelnemer en u speelt mee en u speelt ermee. Deze lijn verbindt punt 8 met punt 5, het is nog steeds een stresslijn en als zodanig een lijn die afcheckt: is het allemaal wel juist, ook als het wáár is? Hierbij zij opgemerkt dat in het enneagram het ware en het juist vaak lastig te onderscheiden zijn. De kern van punt 5 moet gezien worden in of het in overeenstemming is met het consensuele domein van waar de deelnemers het over eens zijn. De 8 heeft een veel individualistischer element van de waarheid als overtuiging. Tot 8 in de hexade is het in het algemeen individueel. Daarna gaat het niet meer om jij óf ik, maar om de win-win situatie, én-én. De lijn 8-5 gaat om het vergroten van de taart. Het gaat om holistisch en ecologisch denken. De kwaliteit van 8-5 is er mee spelen. Het mag wel waar zijn, maar het hoeft nog niet juist te zijn.

5-7: Ook dit is een checklijn. Hier wordt het juiste gemeten aan het plan, maar op een hoger niveau dan aan het begin. Het plan transcendeert als het ware en tussen 5 en 7 wordt opgeofferd wat niet meer voldoet aan dit hogere plan.

In de beschrijving van de evolutie op het enneagram in hoofdstuk 3 hebben wij gezegd dat de 5 voor de mens het eindpunt is op dit moment.

Dat kan hier worden doorgetrokken. Van 5 naar 7 transcendeert alles.

Daar moet het menszijn worden geofferd, alleen is niet bekend wat dat is.

Van 5 naar 7 gaat het dus anders, dan wordt het je weer afgenomen, het is een offerlijn of een bekennen. overgeven aan het lot: bekennen of offeren, overgeven. Ook lastig net als 2-4, in horizontale valk, maar in het verticale vlak.

Op 5-7 blijkt het anders te kunnen gaan. Op 5 is het eigenlijk al klaar en toch loopt het anders en dat moet de mens accepteren. Loslaten is ook een vorm van verlichting. Dan wordt het dus afgenomen.

Dan komt 7-1 weer terug als bekroningslijn: hier komt het ware kennen en wordt het weten. Je kunt het ook genade noemen en dankbaarheid.

7-1 heeft dus 2 kwaliteiten: de voorloper in de beweging en uiteindelijk de bekroning, het weten.

De lijnen die wij nu besproken hebben kunnen worden gezien vanuit het werkwoord “kennen”:

1-4 verkennen

4-2 ontkennen

2-8 herkennen

8-5 erkennen

5-7 bekennen

7-1 kennen, maar ook “nog-niet-kennen” in de voorbereiding van een nieuwe cyclus.

Het zal de oplettende lezer opgevallen zijn dat hier de punten 9-3-6 en 4.5-1.5-7.5 niet voorkomen. Zoals wij in dit en eerdere hoofdstukken al hebben aangegeven zijn dit de punten waarin in alle processen input van buiten komt. Het zijn vanuit de primordiale processen punten die eigenlijk niet van deze wereld zijn. Dit klinkt natuurlijk wat vreemd als in het enneagram deze punten verder gewoon hun aard en betekenis hebben. Met de opmerking dat deze punten eigenlijk niet van deze wereld zijn, bedoelen wij dat zij als het ware hun invloed van elders halen, niet in de wereld van de materie, de vormen en de tijd zijn ontstaan. Het is energie van een hogere orde.

 

Einde document



Comments