Deel II Hoofdstuk 2

De essentie

1. Inleiding


In dit hoofdstuk geven wij een beschrijving van de essentie, het eerste cijfer van het profiel.


2.1. Het eerste cijfer: De opdracht, de essenties

Zoals gezegd, denken wij dat ieder mens op aarde komt met een opdracht. In de psychologie kennen wij het beeld van het “tekort” van de originele wond waarmee de mens uit het paradijs is gezet en die hij probeert te helen om terug te keren naar dat paradijs. Dit originele gebrek, dus wat ieder heeft vanaf zijn geboorte, probeert hij of zij te vullen. Het gebrek is een opdracht om dit ook te doen.

Wij sluiten voor de beschrijving hiervan aan bij H.A. Almaas. In zijn boek Negen facetten van eenheid, Het enneagram als wegwijzer naar onze essentie, beschrijft hij deze opdrachten in de vorm van wat hij de Heilige Ideeën noemt. Dit zijn essenties, waarvan het gemis aan de eenheid ervan vanuit één facet aanleiding geeft tot een gevoel van een tekort. In zijn boek geeft hij daarvan excellente beschrijvingen die, wanneer gelezen zonder de kennis van de eigen essentie heel mooi zijn, maar die, wanneer iemand wel de eigen essentie weet buitengewoon krachtige en emotionele beschrijvingen zijn van het tekort. Uit het boek van Almaas lijkt het alsof het enneagramtype zoals dat in het dagelijkse leven als type wordt beschreven ook de eigen essentie is. Dat kan zo zijn, want die persoon heeft immers het type in zijn profiel, maar het een uitzondering of toeval. De opdracht die wij zien kan worden verwoord in deze essenties en kan daarmee in de termen van het enneagram worden beschreven.

Almaas beschrijft de Heilige Ideeën die, bij afwezigheid daarvan het tekort belichamen.

Voor de 9 is dat Liefde

Voor de 1 is dat Volmaaktheid

Voor de 2 is dat Wil

Voor de 3 is dat Harmonie

Voor de 4 is dat Oorsprong

Voor de 5 is dat Alwetendheid

Voor de 6 is dat Kracht

Voor de 7 is dat Wijsheid

Voor de 8 is dat Waarheid.

Het is het gebrek aan de werkelijkheid en waarheid van het volledige Heilige Idee dat het tekort symboliseert. Voor de 9 is dat dus het gebrek aan Liefde in die zin dat de 9 zich in wezen niet geliefd, niet gewenst voelt. Op pagina 272 geeft Almaas aan dat de 9 een gevoel van minderwaardigheid heeft en hij schrijft dan: “Dit gevoel van minderwaardigheid is geen leegte, het gevoel dat er een bepaalde kwaliteit van zijn ontbreekt. Het is meer een gevoel, een stemming of gemoedstoestand van tekortkoming, van niet goed genoeg zijn of van net niet goed genoeg zijn, gekoppeld aan een gevoel dat er iets niet klopt, en het daaruit voortvloeiend verlies van eigenwaarde. Om precies te zijn is het een gevoel dat u intrinsiek minderwaardig bent, los van wat u hebt, wat u doet, wat u weet, wat u ontwikkelt of wat of wie u bent. (…) Het is een verzwakt gevoel van wie u bent, alsof u diepste zelf, het diepste van jouw ziel minder is dan het zou moeten zijn, een gevoel dat u tweederangs bent”.

Voor de 9 komt dit neer op de vraag of hij er wel mag zijn. De opdracht zoals wij die zien is dan te leren, niet alleen mentaal, maar op zielsniveau dan u er inderdaad wel mag zijn en dat u zoals u bent goed genoeg bent om er te zijn, hetgeen echter niet wil zeggen dat u op u lauweren kunt rusten. De essentie is daarmee iets dat gevuld moet worden. Het leven is de opdracht om het besef te verwerven, niet alleen cognitief en mentaal, maar in alle vezels van uw wezen dat het gepercipieerde tekort in wezen een begoocheling is. Deze beschrijving, naast wat Almaas over de 9 verder schrijft slaat de spijker op zijn kop. Mensen met essentie 9 herkennen zich hier zonder mankeren (in meerdere of mindere mate) in. Voor de andere essenties geeft Almaas in gelijke mate rake beschrijvingen.


2.2. Korte beschrijving van alle essenties volgens Almaas

Almaas gebruikt het begrip essentie hier als een omschrijving van het volgende beeld: Een diamant heeft verschillende facetten en door die facetten komt het licht er in verschillende kleuren doorheen schijnen. Via een specifiek facet lijkt het dus alsof hij rood of groen licht geeft. Toch kun u niet zeggen dat de diamant rood of groen ís. Zo is het ook met de essentie: de werkelijkheid wordt via een bepaald facet gezien. Dat facet “kleurt” de perceptie van de werkelijkheid en in feite is het een vervorming. Elke essentie is een manier van waarnemen die op heel diep niveau van de persoon ligt en waarmee de werkelijkheid wordt waargenomen.

Omdat de werkelijkheid volgens de overgeleverde leer als eenheid moet worden opgevat, - dit is een heel oud concept dat in veel religies en filosofieën voorkomt, - wordt de essentie meestal beschreven in de manier waarop de werkelijkheid gebrekkig wordt waargenomen. De essentie geeft dan aan het gemis van de persoon in de waarneming van de werkelijkheid als eenheid.

De werkwijze van Almaas is dat hij de essentie beschrijft volgens een vast stramien. Elk enneagrampunt kent wat Almaas noemt een Heilig Idee. Hij bedoelt daarmee dat de werkelijkheid via dat Idee op een objectieve manier wordt waargenomen. Het kwijtraken van het zicht op dit Idee leidt tot wat Almaas de specifieke dwaling noemt. Deze dwaling of denkfout geeft aanleiding tot een gevoel van tekort die hij de specifieke moeilijkheid noemt. Dit laatste geeft aanleiding tot een reactie of gedrag die hij de specifieke reactie noemt.

Hier volgt een korte indicatieve beschrijving. Om meer zicht hierop te krijgen bevelen wij aan het boek van Almaas te lezen.

Essentie op 8: De idee is die van één objectieve werkelijkheid. Het kwijtraken daarvan is het gevoel dat er niet één is maar twee. Dit is de dwaling van dualiteit. Dit leidt tot de moeilijkheid van het gevoel van slechtheid, schuld en principiële zondigheid. De reactie is zelfbeschuldiging en het zoeken van een dader, jijzelf of een ander, teneinde wraak te kunnen nemen.

Essentie op 5: De idee van dit enneagrampunt is dat van “enigheid”, het besef dat binnen datgene wat Eén is, (punt 8) er differentiatie in onderscheidingen zijn binnen die eenheid. Almaas gebruikt het beeld van het kijken naar een Perzisch tapijt. Het is één tapijt, maar daarbinnen zijn verschillende ontwerpen waarop u zich ook kunt richten.

Het verlies van dit idee leidt tot de dwaling dat u een afzonderlijke entiteit bent, geïsoleerd, gescheiden van God en gescheiden van alles.

De specifieke moeilijkheid is het zichzelf zien als klein, geïsoleerd, afgesneden, leeg en uitgeput, een staat van deficiënte isolatie, alleen en verlaten.

De specifieke reactie hierop is zich te verbergen, zich terug te trekken uit de werkelijkheid, niet in staat om de werkelijkheid aan te kunnen. Het resultaat is een karakteristieke emotionele terugtrekking en splitsing tussen lichaam en geest.

Essentie op 2: De Idee van dit enneagrampunt is vanuit het universum gezien Heilige Wil, de idee dat het gehele universum in één richting beweegt, moeiteloos volgens vaste en natuurlijke wetten. Het tweede idee, de Heilige Vrijheid, beschrijft ditzelfde maar nu vanuit de mens gezien dat de ware vrijheid er is als u met de stroom van het universum kunt meebewegen, zonder u te willen verzetten omdat het goed is zoals het gaat.

Het verliezen van deze ideeën leidt tot dwaling van de overtuiging dat er zoiets bestaat als afzonderlijke entiteiten met een eigen wil, de overtuiging dat u het kunt krijgen zoals u het wilt hebben.

De moeilijkheid hieruit is niet kunnen krijgen wat u denkt nodig te hebben en daaruit het gevoel van vernedering.

De reactie is u afzetten tegen alles wat er ís door eigenzinnig optreden, trots en koppigheid. Hieruit ontstaan manipulatie, verleidelijkheid en fysieke, emotionele en geestelijke beïnvloeding.

De oplossing is overgave van de eigen wil en het opgeven van vooroordelen, keuzen en afwijzingen.

Essentie op 1: De idee is dat de werkelijkheid één proces is dat al volmaakt is. Het verloren gaan van dit idee is dus het verlies van het besef dat de werkelijkheid volmaakt is.

Dit verlies leidt naar de specifieke dwaling, de idee dat er werkelijk zoiets bestaat als goed en slecht, juist of onjuist, dat sommige dingen beter zijn dan andere, en dat u vergelijkende oordelen kunt vellen over wat er bestaat.

De specifieke moeilijkheid is dat er principieel iets mis met u is, dat u intrinsiek onvolmaakt bent, dat u principieel besmet bent, er is iets mis met wie u bent.

De reactie is de diepe wens om zelf beter te worden. U kunt niet ophouden kritiek op uzelf te geven. Het is ook de obsessieve wens om zichzelf en anderen te bewijzen dat er niets mis met ons is, dat we aan de normen voldoen en dat we in orde zijn, bijvoorbeeld door altijd gelijk te willen hebben.

Essentie op 7: De idee is dat er een Universeel Plan is, dat geen verbetering behoeft.  Het verloren gaan van dit idee is het verlies van de overtuiging dat er één plan is dat goed is. Dwaling is het geloof dat u uw eigen ontvouwing kunt sturen, u eigen guru kunt zijn. Weten in welke richting uw wil moet worden toegepast.

De moeilijkheid is het verlies van het vermogen om te weten wat u te doen staat. U weet dus niet wat u te doen staat, welke kant u op moet, verloren, gedesoriënteerd.

De specifieke reactie is eindeloos plannen maken.

Essentie op 4: De idee is dat van één bron waaruit alles komt en waarheen alles gaat, dat van de Heilige Oorsprong.

Het verloren gaan van dit idee is dus het verlies van het besef van die éne bron. De dwaling is het verlies van verbinding met de oorsprong en het gevoel dat jij losstaand en uniek, anders, onafhankelijk bent. Obsessie met originaliteit en uniekheid.

De moeilijkheid is dan ook de ervaringsmatige staat van u losgemaakt, vervreemd, verjaagd en verlaten voelen. Het voelen van de breuk met de bron.

De reactie is een uitdrukking van wantrouwen, gefilterd door de overtuiging van een afzonderlijke identiteit. Het centraal stellen van het ego, als uniek, afzonderlijk en losstaand van alles, gevoel van melancholie naar het verloren paradijs.

Essentie op 9: De idee is dat de objectieve waarheid, die van de eenheid niet koud en onverschillig zijn, maar dat de natuurlijke toestand van het universum doortrokken is van “de Liefde van God”. Het verloren gaan van dit idee is de dwaling van het verlies van Liefde: het gevoel van minderwaardigheid, een gevoel of stemming van tekortkoming, van niet goed genoeg zijn, of van net niet goed genoeg zijn, gekoppeld aan een gevoel dat er niets niet klopt en een daaruit voortvloeiend verlies van eigenwaarde. Het gevoel dat u intrinsiek minderwaardig bent, los van alles wat u doet, wie u bent.

De moeilijkheid is de overtuiging dat u niet waard bent om van gehouden te worden. Zelfs als iemand iets aardigs zegt denkt u, ze moesten eens weten hoe ik echt ben!

De reactie is de idee dat beminnenswaardigheid en liefde voorwaardelijk zijn. De ziel verliest het bewustzijn en valt in slaap voor haar ware werkelijkheid van het bestaan. Dit leidt tot de onwrikbare overtuiging over de conventionele werkelijkheid. Het houden van wat u ziet voor datgene wat er ook werkelijk zou zijn. De valse idee dat de sociale conditionering de werkelijkheid zelf is.

Essentie op 6: De idee is dat het universum niet alleen volgens objectieve ideeën en wetten bestaat, maar dat ook de zekerheid dat het te vertrouwen is, betrouwbaar is. Het verloren gaan van dit idee is dus het verlies van Heilig Vertrouwen (in God). De dwaling is dat mensen geen innerlijke werkelijkheid hebben die waarachtig goed en liefdevol en volmaakt is. Daar word u cynisch van.

De moeilijkheid is dat u geen vertrouwen meer hebt in de omgeving en dat zij niet ondersteunend is en dat dit ook onmogelijk het geval zou kunnen zijn. Dit leidt tot een angstige onzekerheid over alles wat er is en met name over de toekomst. Onzeker en bang tegelijk en omdat u niet voelt dat het ooit ander zou kunnen zijn ben u steeds prikkelbaar en bang.

De reactie is wantrouwen. U gelooft niet dat iets goed of steunend of betrouwbaar is. Er volgt een defensieve achterdocht omtrent de wereld.

Essentie op 3: De idee is dat de eenheid geen uitzonderingen kent, totaal werkt en toepasbaar is en iedereen daar in thuis hoort. Het verloren gaan van dit idee is het Verlies van Heilige Harmonie, Heilige Wet en Heilige Hoop.

De dwaling is het geloof in een afzonderlijke en onafhankelijke doener. Het geloof in onafhankelijk functioneren van de rest van het universum.

De moeilijkheid is dat u verlaten bent en niemand voor u zorgt. Dus moet u dat zelf doen, het gevoel dat u op kunt treden. Dit leidt tot een gevoel van hulpeloosheid, ongeschiktheid en mislukking.

De reactie is activiteit in de spiegel van ijdelheid. Als niemand het doet, doet u het zelf en kijk eens! De activiteit is om te verhullen, de angst dat als u niets doet het nooit een harmonieus geheel zal worden met u, de omgeving en de wereld.

Deze omschrijvingen zijn kort en doen op zich geen recht aan de subtiliteit van wat Almaas schrijft. Zij zijn dan ook niet meer dan een eerste inleiding.


3.1. De geheime driehoek 4.5-7.5-1.5 en de essentie

De essentie in de termen van het enneagram voor de punten 1-9 wordt door Almaas beschreven. Voor de punten 1.5, 4.5 en 7.5 is er geen beschrijving. Dit hoeft niet te verbazen. In Deel I  hebben wij uiteengezet dat de punten in de geheime driehoek kracht- of drukprincipes zijn. In die zin zijn zij ook geen essenties zoals door Almaas beschreven. Nader onderzoek zal hier nog de nodige helderheid kunnen verschaffen. In de praktijk hanteren wij de regel dat de 1.5 gelijk is aan de 1 met dien verstande dat de hiervoor beschreven vertraging een belangrijke invloed heeft. Voor de 7.5 hanteren wij de 8, met de toevoeging dat de versnelling als principe invloed heeft. De 4.5 is de moeilijkste om te beschrijven. Voor de essentie hanteren wij de regel dat een persoon heeft gekozen tussen 4 en 5, maar met dien verstande dat een persoon met essentie 4.5 altijd geconfronteerd wordt met datgene waar de 4.5 voor staat, namelijk het zwarte gat, of het gevoel geen bodem te hebben, of het gevoel dat er geen bodem is. Dit maakt dat de persoon met essentie 4.5 zich vaak heel eenzaam voelt.


3.2. De essentie 7.5, 1.5 en 4.5 in het kort


Eigenlijk “zijn” deze punten niet, in de zin dat zij een kern hebben, zoals de meeste andere punten, maar geven zij een principe weer. Bij de 7.5 zou dat kunnen worden omschreven als de druk op de waterslang. Het is niet het water en niet de slang, maar wat is de druk? Een ander beeld is de “ping”. Maar wat is dat? U komt in Koan-achtige taal terecht. U kunt ook het begrip van het geluid van een muziekinstrument gebruik, bijvoorbeeld: Luit, maar mag ook de harp zijn, het is klank die niet in een vorm te krijgen is. Als een soort vonk, maar dan een vonk naar voren. De 7.5 is op die manier ook geluid, maar welk geluid maakt u? De 7.5 komt voort uit de lijn 3-7.5 die gaat over versnelling en het scheppen van de ruimte. Deze kracht, de druk op de waterslang heeft geen vorm en krijgt die ook niet, ook al versnelt u tot in het oneindige. Hoogstens wordt u een ongeleid projectiel. De mens met essentie 7.5 heeft vaak veel onrust in zich, voelt een druk waarvan hij niet weet waar die vandaan komt en waartoe die moet leiden.   

Een ander beeld is dat van de steen in de vijver. Dit is het beeld van het innemen van de ruimte op 8. De 7.5 ligt daarvóór en hoe werpt u? Het is dus het begin. De 7.5 is na de primordiale processen van de 9-3-6 het begin, maar nog zonder vorm. De vraag aan de 7.5 wie hij is, is dus naar die van het eigen geluid.

De druk van de 7.5 leidt tot ongeduld met alles wat u al weet en gehoord hebt. De centrale vraag is dus die naar het eigen geluid op wat u om u heen ziet.

De 1.5 is vertraging, niet de rem, maar het feit dat het vertraagd wordt. Het is daarbij niet de bedoeling dat het tot stilstand komt. Dan zit u op 1 en staat het vast of wordt het vastgezet. Voor 1.5 essentie is dit een geweldige moeilijkheid. Aan de ene kant vertraagt de 1.5 alles om het te kunnen bekijken en dan “zijn hoofd erover op te maken”, terwijl anderzijds als het vertraagd wordt tot 0 alles stil staat. Voor de 1.5 zit er dus iets paradoxaals in. Het moet vertraagd worden om het te kunnen bekijken, maar het mag niet stil komen te staan, want dan zit er geen vooruitgang meer in.

Bij de 1.5 lijkt er niets te gebeuren, maar dat is wel zo. Het wordt alleen vertragend opgebouwd. Daarmee ontstaat desondanks een structuur. De 1.5 ontwikkelt in de vertraging en het kenmerk is dat in de vorm degelijkheid en soliditeit wordt aangebracht, maar ook weinig luchtigheid. Als de 1.5 zich bewust is van deze situatie kan de luchtigheid er weer in gebracht worden. Voor de 1.5 kan de vertraging op den duur vermoeiend zijn en leidt dan tot narrigheid. De essentie van de 1.5 is dan ook niet het tot stilstand brengen in de vertraging, maar het vertragen zelf, het is niet een proces dat tot een einde komt of moet komen. Op die manier kan men de 1.5 misschien wel vergelijken met een sleepanker; het vertraagt en stuurt daarmee als een soort staart, maar het mag niet tot stilstand komen. De 1.5 vult dus niet in, behoort het ook niet vast te zetten, maar moet blijven sturen, weliswaar op zijn eigen manier. De 1.5 moet dus leren met de rem om te gaan en de verleiding om het vast te zetten te weerstaan en te leren wat dat oplevert. Als u naar de mens met 1.5 kijkt zie u dat de jonge persoon met essentie 1.5 vaak nog erg beweeglijk is. De 1.5 wordt vast, maar blijft wel bewegen al is het remmen. Het is eigenlijk vanuit de essentie van de 1.5 als remmer, zonder het proces te beëindigen, dus zonder progressief te remmen tot de stilstand komt, om dat facet vooral in het oog te houden.

Als iemand op zo’n manier vertrouwd raakt met u eigen vertraging ontstaat er vreugde op. Hier kan ook onderscheid worden gemaakt tussen “hoog” en “laag” als reactie. De hoge reactie is die tot vreugde leidt, de lage die tot stilstand en vastheid leidt. 1.5 is archetypisch de Sfinx, half leeuw, half vrouw. De 1.5 vertraagt om het te kunnen bekijken. Als dat niet kan, bijvoorbeeld door druk, dan volgt paniek  De 1.5 doet dus iets uit de 6 en als het niet bekeken kan worden in de vertraging is de veiligheid (6) in het geding. Er is dan ook gebrek aan basisvertrouwen, of nog dieper de angst om te leven. De kenmerkende reactie van de 1.5 is: ik heb het wel, maar ik kan het even niet vinden.

 De 4.5 is bijna nog lastiger. De 4.5 is de tegenhanger van de 9. Komt daar alles uit, in de 4.5 verdwijnt alles en er komt als het ware niet terug. Een 4.5 is dan ook volstrekt ongrijpbaar en daarmee voor veel mensen (en ook voor zichzelf) onbegrijpelijk. Is het bij de 1.5 en de 7.5 nog een puls die niet in de vorm van een issigheid kan worden aangegeven, namelijk vertraging en druk, bij de 4.5 is die er helemaal niet, er is “NIETS”.  Voor iemand die geen 4.5 is, is het heel lastig uit te drukken, maar het lijkt nog het meest op de situatie dat u met u beide benen boven een kloof staat (tussen 4 en 5) en dat er in de diepte daartussen niets is, geen bodem, geen licht, gewoon niets. De Donkere Nacht van de Ziel gaat dan ook niet voor niets door het transformatiepunt, waar de onomkeerbaarheid het beginsel is. De 4.5 die dit overwint kan later in zijn leven een spirituele leraar worden.


3. De essentie en het gedrag

Almaas beschrijft niet op welke wijze een essentie bij een persoon past. Zoals hiervoor al gezegd is het niet zo dat het dominante gedragstype volgens het gebruikelijke enneagram tevens de essentie is. Op de koppeling aan de persoon komen wij verderop terug.

Dit is het punt waarop wij menen dat de interpretatie van het enneagram zoals dat in de ons bekende literatuur van de schrijvers daarover wordt gepresenteerd te kort schiet. In deze literatuur zijn talrijke testen bekend. Met deze testen kan met een zekere mate van betrouwbaarheid het enneagramtype worden vastgesteld. Er wordt dan gezegd dat iemand een bepaald type is. Hierin schuilt ons inziens een groot gevaar. Dit gevaar is dat identificatie met het type geschiedt en dat de persoon zich als het ware naar het etiket gaat gedragen. Dit is geen denkbeeldig gevaar. Uit testen blijkt dat vaak 3 of 4 punten van het enneagram ongeveer even hoog scoren. Veel mensen blijken moeilijkheden te hebben om hun enneagramtype vast te stellen en voelen zich nu eens een zus-type en dan weer een zo-type. Dit duidt er op dat het nog niet zo zeker is dat ieder mens één type heeft. Ons inziens is dat dan ook zeker niet zo. Iedereen weet van zichzelf dat hij in verschillende situaties anders reageert en vaak dan een ander typepatroon van reacties heeft. Afhankelijk van de omstandigheden kan als het ware een ander enneatype het stuur overnemen (vgl. Schaper/Ressang, 2003). Ieder mens heeft een aantal rollen en afhankelijk daarvan zal hij, situationeel een enneatype inzetten dat (volledig onbewust) de beste copingstrategie vertegenwoordigt.

 

Einde document



Comments