Introductie / Woord vooraf

Het Enneagrafische Model

Introductie en woord vooraf

Deze publicatie op internet, gemaakt door Hans Dijkstra en Jan Willem van Ee, is beschermd door de Auteurswet 1912 en niets daarvan mag worden gepubliceerd of vermenigvuldigd zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteurs.


1. Introductie


Deze publicatie op internet is een systematische ordening van het materiaal dat Hans Dijkstra in de jaren 2002 tot 2006 in verschillende cursussen heeft behandeld. In deze cursussen heb ik (Jan Willem van Ee) persoonlijk alle bijeenkomsten van begin 2003 tot en met het einde bijgewoond. Het waren bijeenkomsten van ongeveer 10 mensen, 2 of 3 keer per jaar in blokken van 6 dagen, 2 dagen per maand. De groep wisselde wat in samenstelling en stabiliseerde begin 2005. In de groep was ik de “schrijver”, maakte de aantekeningen en werkte die uit.

De schrijver van deze publicatie is dus niet de ontwerper ervan. Hans Dijkstra heeft meegewerkt aan deze publicatie in die zin dat hij het geheel heeft gelezen, becommentarieerd, veranderingen heeft voorgesteld en dat naar aanleiding van vraagpunten die uit de tekst rezen aanvulling is gekomen.

De tekst zoals die er nu ligt heeft de goedkeuring van Hans Dijkstra, maar is niet zijn gehele werk en bevat ook niet alles wat er aan materiaal is. Als hij het zelf geschreven zou hebben zou het er heel anders hebben uitgezien. De idee om het te publiceren is van Hans afkomstig. De reden is, zo zegt hij, dat de spirituele omgeving waarin hij verkeert, zegt dat dit gewenst is. Dit behoeft wat toelichting. Alle bijeenkomsten tijdens de cursussen zijn ook bijgewoond en werden in feite mede geleid door Winnyfred Langeveld. Zij heeft een gids, Thijs, die alles wat er gebeurde van commentaar en advies heeft voorzien, zodanig dat in retrospect ik kan zeggen dat dit als het ware de turbo op de cursus was. Zonder Thijs zou het transformatieve aspect niet in die mate zijn opgetreden waarin het is gebeurd. De lezer van dit stuk heeft dat voordeel niet en moet het doen met de uitkomsten zoals die er destijds waren. Maar die uitkomsten zijn mede bepaald door Thijs en het transformatieve aspect blijft dus in die zin bestaan. Het materiaal dat Winnyfred en Thijs hebben verzameld wordt eerlang ook, ofwel op een manier zoals dit, ofwel in echte boekvorm gepubliceerd.

Voorzover u nu denkt dat het zo wel genoeg is, stellen wij u voor om de daad bij het woord te voegen. Echter wat er ook zij van de ontologie op dit vlak, feit is dat de uitkomsten buitengewoon interessant zijn en de begrijpbaarheid of het gevoel van de intrasubjectieve waarheid ervan daaraan niet in de weg hoeft te staan. Voor mensen met een onderzoekende geest is het dus maar de vraag of het zo wel genoeg is. Mijn persoonlijke ervaring op het fenomeen van Thijs was in eerste instantie die van uiterst scepticisme, totdat ik mij realiseerde dat dit in wezen een vooroordeel inhield. Als u zich niet door een dergelijk vooroordeel laat leiden, is het vervolg een buitengewoon interessante ontdekkingstocht in de wereld en in uzelf. U zult in de tekst slechts zelden een verwijzing naar Thijs aantreffen. Dat hoeft ook niet omdat de cursus zelf cognitief is, dus een leeraspect heeft.

Hierbij moet nog worden opgemerkt dat ik in het enneagram van gedrag als een 5 wordt herkend. Deze tekst is dus een 5-tekst. Dat maakt het misschien voor sommigen lastiger om te lezen. Het betekent ook dat steeds maximale duidelijkheid en transparantie wordt nagestreefd.

2. Het enneagrafische systeem

Bij het lezen van deze teksten heeft het enerzijds zin om het populaire psychologische enneagram te kennen en anderzijds is dat een blok aan het been. De reden is het volgende. Het Amerikaanse psychologische enneagram is overgenomen van de wijsheidsleraar Oskar Ichazo door een aantal leerlingen, van wie de psychiater Claudio Nanranjo de bekendste is. Deze leerlingen hebben wat zij kregen uitsluitend in een psychologisch typeringssysteem omgezet. Daarbij lijken de achtergronden van dit systeem uit het zicht verdwenen.

Het enneagrafische systeem van Hans Dijkstra is enerzijds een teruggrijpen op het enneagram zoals oudere publicaties van onder andere Gurdiev dat laten zien en is anderzijds een terugvolgen van de draden van het psychologische enneagram en is ook nog een zelfstandige verdere eigen ontwikkeling. Het enneagrafische systeem wordt hier als zelfstandig systeem beschreven. Het psychologische enneagram is alleen een deel van de implicaties, zij het een belangrijke.

3. De Vorm


De publicatie geschiedt in drie “boeken”. Het eerste is dit. Het gaat over het enneagram, maar dan op een heel andere manier. Het is een grammatica van het levende, een manier om naar de werkelijkheid te kijken die deze werkelijkheid op een bepaalde manier inzichtelijker maakt.

Het tweede zal gaan over de implicaties van het enneagrafische systeem op de psyche en hoe de mens in het totaal van zijn omgeving is geplaatst, wat de opdrachten zijn, hoe die te ontdekken en op welke manier om te gaan met hoe iemand zichzelf aantreft bij het lezen van dit materiaal.

Het derde boek zal gaan over een heel bijzonder fenomeen, namelijk androgyniteit, het samengaan van het mannelijke en vrouwelijke in ons. Maar dit is voor later.

4. Woord vooraf


Het enneagram is een populair model waarmee psychologische typering kan worden verricht. Maar dit model is, zo lijkt het aan het einde van zijn theoretische ontwikkeling gekomen. De boeken die thans verschenen zijn in de laatste jaren geven geen nieuwe ontwikkelingen meer aan en herkauwen wat anderen al eens, zij het soms op een iets andere manier gezegd hebben. In een Amerikaans maandblad, The Enneagram Monthly is de discussie nu zover dat openlijk hierover wordt geschreven. In oktober 2006 verscheen in dit blad een artikel van Susan Rhodes die ronduit toegeeft dat de theorie is uitgeput.

Wij denken dat dit in het geheel niet het geval is omdat het uitsluitend psychologische begrip van het enneagram slechts een onderdeel is van wat het enneagram is.

 Hans Dijkstra is in vele jaren van onderzoek, nadenken, lesgeven  op het spoor gekomen van een nieuw begrip van het enneagram. Hij noemt dit zelf graag, vooral om het te onderscheiden, het enneagrafische systeem. In wezen gebruikt hij het enneagram als symbool, met een aantal toevoegingen en daarom, mede om aan te sluiten bij het bestaande taalgebruik, blijven wij in dit boek de term enneagram gebruiken. Toch is het goed om het woord “enneagrafisch” in het achterhoofd te houden, al was het maar om u zo nu en dan de vraag te stellen wat in een bepaald geval of in een bepaalde situatie de grafische weergave zegt. Met andere woorden, in het gebruik dat wij hierna maken van het enneagram heeft de grafische weergave zijn eigen betekenis en taal.

In de opvatting van Hans Dijkstra is het enneagram een grafische grammatica. Uiteindelijk geeft het de structuur van de wisselwerking tussen mens en omgeving weer. Een grammatica is een leerboek over de structuur van een taal. Het enneagram is een leermodel over de structuur van wat wij de werkelijkheid noemen en onze verhouding daartoe, plaats daarin en zelfs weg waarheen.

Het gaat daarbij niet zozeer om het waarom of waartoe. Dat zijn vragen die vooral in wijsheidsleren en bij goeroes,  ter sprake komen. Het enneagram is praktisch en gaat in op het “hoe”.

In deze zin is het enneagram een constructivistische onderneming. Het beoogt het geheel van de werkelijkheid gestructureerd te beschrijven in alle mogelijke wisselwerkingen, op alle mogelijke niveaus en maakt de verhoudingen, de hiërarchie tussen processen, plaatsen, in de zin van topoi en vooral de eigen plaats zichtbaar. Daarmee wordt het een dynamisch gestructureerd systeemmodel.

De vragen waar het model vandaan komt en hoe het geworden is zoals het geworden is, zijn vragen die intellectueel wellicht interessant zijn, maar er voor de werking van het systeem en de uitleg ervan niet veel toe doen. Wat er wel toe doet is dat elke voorstelling die een doel als wij hier vermelden beoogt een aantal premissen in aprioristische zin heeft. Deze premissen zijn niet te bewijzen, maar worden voor waar aangenomen. Deze zijn dat de werkelijkheid is opgebouwd in een geschaalde structuur. Dat wil zeggen dat er lagen zijn. Omdat het enneagram in drieën denkt, zijn er ook drie lagen. Deze lagen zijn die van de geest, het noëtische, die van onze waargenomen werkelijkheid, het fenomenale, de psychische structuur en die van de materie, de werkelijkheid waarin wij handelen.

Deze lagen zijn een geheel, maar worden om het geheel te ontrafelen onderscheiden, maar zijn niet te scheiden.

Het vernieuwende van deze manier van kijken en denken is dat in lagen en niveaus kan worden gedacht. Dit maakt het tevens moeilijker om eigen te maken, omdat steeds moet worden bedacht op welke plaats u zich bevindt in de totale structuur.

Zoals al gezegd is kennis van het enneagram van gedrag niet heel erg behulpzaam. Kennis van dit enneagram kan helpen om sneller inzicht te krijgen, maar de wijze van werken is geheel anders. In de loop van het discours van dit boek ontvouwt zich dat. Op deze plaats kan worden gezegd dat vooral elementen die aan het grafische voorbeeld worden ontleend, bijvoorbeeld symmetrie, ook in tegenoverstellingen een belangrijke rol speelt. Ook driehoeken als weergaven van processen en de progressie van deze driehoeken zijn belangrijke bouwstenen.

Aan de symmetrie wordt ontleend dat het enneagram een linker- en een rechterkant heeft, net als de hersenhelften van de mens. Deze helften staan ook hier voor het redenerende, de volgordelijke logica op links, de punten 1-4 en het intuerende, werkende maar op een intuïtieve wijze op rechts in de punten 5-8 (vanuit het model gezien).

Een andere manier om dit aan te duiden zou kunnen zijn dat de logica, de causaliteit aan de rechterkant ons een zin geeft voor historie en hoe het geworden is zoals het geworden is. Dat geeft ons een soort van zekerheid die eigenlijk niet meer is dan het vertrouwen dat wat vandaag zó gaat, dat morgen ook zó zal doen. Maar als u dat loslaat, als alles telkens nieuw is, als u elk moment intuïtief spontaan moet reageren, hoe zie de wereld er dan uit?

Hans Dijkstra benadrukt hier het woord emergentie. Het ontstaat als het ware zomaar. De dingen zijn hun eigen oorzaak en het enige is dat het werkt, volledig spontaan.

Dit zijn slechts benaderingen die proberen aan te geven dat het enneagram in de vorm van een enneagrafisch systeem op een andere wijze benaderd kan worden en dan ook op een heel andere wijze inzicht en antwoord geeft.

Maar voordat deze manieren van denken meteen aan de orde komen is het nodig om het enneagram opnieuw te leren kennen, om de gelaagdheid en de dynamiek te leren zien en voelen. Zonder basiskennis van de techniek van het dansen is er geen dans, ofwel: oefening baart kunst.

Hans Dijksta

Jan Willem van Ee

 
Inhoud van dit hoofdstuk

1. Introductie

2. Het enneagra-fische systeem


3. De Vorm


4. Woord vooraf


Comments