Artikel : Een Autopoietisch Conflict Model
Impulsen die leiden tot conflicten

Als iemand in conflict raakt, dan worden de impulsen opgepikt uit de omgeving en verwerkt in de structuur met als resultaat dat die omgeving wordt gezien als onveilig. Als er niet voldoende compensatie is gaat het conflict van start, tenzij de wederpartij wijs genoeg is om echt te zien wat er gebeurt. Maar omdat zijn structuur net zo weinig of nog minder kan hebben geleerd, kan een passende reactie niet worden gegeven en het externe conflict begint. Wat er dan gebeurt, is dat een van hen of beiden proberen om de omgeving veilig te maken door eerst te proberen om de andere persoon te veranderen door hem over te halen het eigen standpunt te delen en uiteindelijk, als dat niet lukt, – want de ander, die net zo hard denkt dat hij gelijk heeft, omturnen is meestal onbegonnen werk – in geval van nood of onnadenkendheid door het verwijderen van die ander uit de omgeving. De relatie, het huwelijk, de cliëntrelatie, of wat dan ook eindigt. Het oppakken en afvuren van een pistool is ook een manier van het beëindigen van het conflict en het leerproces van het leven zal doorgaan in de gevangenis! De man in het gegeven voorbeeld zou dit kunnen doen met verwoestende resultaten. Vele grote werken van literatuur en opera zijn gebaseerd op dit thema!

Het oppakken van impulsen, zowel in taal of anderszins, is de basis voor het opbouwen van een conflict, maar nog niet het conflict zelf. Impulsen zijn in wezen neutraal en krijgen pas betekenis en lading in de verwerking binnen het systeem. Impulsen zijn dus niet slecht of goed. Dat zijn onze oordelen erover.

In autopoiesis is alles impuls. Ook de taal is impuls. Taal is geen informatie, zoals soms wordt gedacht. Taal is een consensueel domein (consensual domain), waarin de verwerking van impulsen wordt gecoördineerd. Als ik iets zeg in het Quechua (de taal van de Zuid-Amerikaanse altiplano indianen) en u deze taal niet spreekt kunt u de impuls niet verwerken. Als u de taal zou spreken is dat ineens wel mogelijk. Dit betekent dat u met de klanken van de taal in uw systeem de informatie creëert waarop ik, al sprekend, probeerde u te oriënteren. Ik breng dus geen informatie over, maar u maakt die zelf met het begrip dat u heeft, dus met de kennis die al heeft. Dit artikel bevat geen informatie, maar letters en woorden die u uitnodigen om in uw structuur nieuw begrip te creëren, waarmee uw structuur wordt aangepast. Dit is een heel andere benadering. Als ik iets zegt, dan lijkt het alsof ik informatie overbreng, maar wat ik echt doe is klanken uiten of woorden schrijven die de toehoorder of lezer in staat stellen, maar alleen als zijn structuur daarvoor de benodigde kennis al in huis heeft, om informatie te creëren. Daarom is het niet handig om van een verhaal alleen de conclusie te vertellen. Ik probeer in dit artikel stap voor stap te laten zien hoe de zaak volgens mij in elkaar zit. U als lezer maakt die stappen mee en u creëert in uzelf de informatie die u daarna gebruikt om aan het einde het er mee eens te zijn (of niet). Of u de informatie heeft gecreëerd die ik al sprekend of schrijvend in mijn hoofd had, weet ik niet en dat merk ik pas als de toehoorders vragen gaan stellen waaruit blijkt hoe het gegaan is. Dan pas weet ik of ik duidelijk genoeg bent geweest en of u het begrepen heeft. Het kan voorkomen dat blijkt dat de ene toehoorder iets heel anders ervan heeft gemaakt dan een andere toehoorder. Dat wil dus zeggen dat met wat ik zei de ene toehoorder andere informatie heeft gecreëerd dan de andere, dus met ogenschijnlijk dezelfde input van mijn kant! U als lezer kunt deze tekst alleen begrijpen voor zover uw structuur in staat om hem te begrijpen. En verder, als u het niet begrijpt, is het misschien niet mijn schuld, maar alleen een gebrek in uw cognitie.
Dit gaat nog verder. Alle woorden die we horen en lezen begrijpen wij alleen op basis van de inhoud van onze individuele structuur. Als u tegen een dame zegt: “Je bent net je moeder!”, zal het resultaat hiervan zijn de verwerking door haar deels van uw toon en stem, maar nog veel meer speelt mee wat voor soort relatie deze vrouw met haar moeder had. Zelfs woorden waarvan we zeggen dat we ze kennen hebben toch voor ieder van ons licht verschillende betekenissen, altijd emotioneel gekleurd als gevolg van onze vroegere ervaringen.

De betekenis hiervan kan niet worden overschat. Met andere woorden, niet wat ik zeg, in welke taal ook, draagt informatie over. Het systeem van de lezer of luisteraar creëert de informatie met wat er geschreven of gezegd is in een interne operatie, maar alleen in zoverre zijn structuur, zijn cognitie, dat wat er tot dat moment is geleerd, het mogelijk maakt dit te doen. En dit geldt voor taal en ook meta-taal, zoals gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal.[8]
Niet wat we waarnemen – in het voorbeeld van de vrouw het praten met haar ex – is informatie. Het is het systeem in zijn actuele staat dat er iets van maakt.[9] In het voorbeeld wordt de man jaloers. Zijn structuur doet hem tot de overtuiging komen dat er iets mis is en trekt een conclusie, het velt een oordeel. Het is dus het oordeel over wat we zien, horen en zo voort, dat de informatie levert voor de verdere gang van zaken.

We interpreteren impulsen volgens de staat van onze eigen structuur. De informatie waarvan we denken dat die objectief is, is slechts het resultaat van wat onze structuur heeft gemaakt van de aanwezige impulsen. Daaruit volgt dat wij met onze hele structuur, dat wat geleerd en verwerkt is, betekenis geven aan wat we waarnemen en als dat eindigt in een conflict, dan blijkt dat er tekortkomingen in de structuur zijn. Deze tekortkomingen van de structuur in interpretatie en als gevolg daarvan van adequaat gedrag daarop bepalen het conflict. Anders gezegd, hoewel de persoon zelf denkt dat hij zijn uiterste best doet en gelijk heeft, vanuit het standpunt van een externe waarnemer kan zichtbaar zijn dat het gedrag van die persoon niet voldoende is om de situatie te beheersen en dreigt het behoud van de identiteit en de aanpassing van deze persoon in zijn structurele koppeling aan zijn omgeving (waarvan de waarnemer ook deel uitmaakt) in gevaar te komen. Voor alle duidelijkheid dus nogmaals, het zijn niet de impulsen uit de omgeving die leiden tot het conflict, het is de interne werking van het systeem dat de informatie creëert die door het systeem wordt gebruikt waarmee gevoelens en emoties worden gecreëerd, die leiden tot gedrag dat door een externe waarnemer wordt omschreven als conflict. De man in het voorbeeld ziet zijn vrouw praten met haar ex, (impuls) en in zijn interne verwerking hiervan volgens de staat van zijn structuur doet dat hem denken dat ze hem bedriegt. Als hij daardoor zijn handelen laat leiden is het huwelijk in gevaar. Hij kan de stellige overtuiging hebben, door zijn gevoelens van jaloezie, dat hij gelijk heeft – en misschien is dat uiteindelijk ook zo – maar waar het om gaat is dat zijn structuur kennelijk zo in elkaar steekt dat als hij zijn vrouw geanimeerd met een van haar exen ziet praten dat bij hem gevoelens van jaloezie oproept, hetgeen duidt op een conflict in hemzelf.[10] Als hij daarmee actie onderneemt gaan het conflict extern, namelijk met zijn vrouw, van start, maar daarvoor was het er al intern in hemzelf en daaraan geeft hij uiting.

Op een andere manier gezegd, dat wat een persoon in conflict zegt en doet is altijd en alleen over zichzelf. Autopoietische logica leert dat wat in het conflict is gezegd en gedaan slechts een weergave van de toestand van de structuur van die partij in het conflict laat zien. In Nederland bestaat een kinderrijmpje dat zegt: “Wat je zegt, ben je zelf”, dat dit precies weergeeft. Dit is niet alleen zo in conflict. In wezen is alles wat wij denken, zeggen, doen een expressie van de actuele staat van onze structuur. We zijn ons dat niet bewust en hierna zal ik betogen dat juist bewustzijn hierop krijgen ons uit het slop kan halen.

Lees verder…